1. Kuikens
Je begint aan de bovenkant van het kuiken.
Haak 2 l met geel of begin met een magische ring.
1. 6 v in de 1e l of in de magische ring, 1 hv in de 1e v (= 6 v)
2. 2 v in elke v (= 12 v)
3. 2 v in elke 2e v (= 18 v)
4. 2 v in elke 6e v (= 21 v)
5. 2 v in elke 7e v (= 24 v)
6. 2 v in elke 8e v (= 27 v)
7. 2 v in elke 9e v (= 30 v)
8. 6 x (2 v, 2 v in de volgende v, 2 v) (= 36 v)
9 - 17. 36 v
Bevestig de oogjes tussen toer 11 en 12, laat 4 steken tussen de oogjes vrij.
18. 6 x (2 v, 2 v samenhaken, 2 v) (= 30 v)
19. Haak elke 4e en 5e v samen (= 24 v)
20. 6 x (1 v, 2 v samenhaken, 1 v) (= 18 v)
Vul het lijfje op.
21. 6 x (1 v, 2 v samenhaken) (= 12 v)
22. 6 x (2 v samenhaken) (= 6 v)
Hecht af. Haal de draad door de overige 6 steken en trek aan. Werk de draad weg naar binnen.
Borduur met oranje een snaveltje tussen de oogjes en een streepje onder de oogjes.
Haak nog een kuiken.